Het totaal van de abiotische en biotische ecologische factoren die kenmerkend zijn voor een milieu of die een natuurlijke levensgemeenschap (biocoenose) vormen. Eenvoudiger gezegd: plaats waar een dier of een plant geheel in zijn omgeving ingepast is; natuurlijke levensruimte; homogeen woon of groeigebied.
Heeft betrekking op de fysisch-chemische factoren die van invloed zijn op de levende wezens. De verscheidene natuurkundige en scheikundige factoren beïnvloeden de verspreiding van levende wezens in het mariene milieu. Voorbeelden van fysische en chemische factoren: zoutconcentratie, temperatuur, lichtintensiteit, beweging van het water,... Het tege [..]
Biotisch is het tegengestelde van abiotisch. Biotische factoren hebben betrekking op de invloed die levende organismen uitoefenen op enerzijds hun abiotische milieu en anderzijds op andere organismen. Voorbeeld invloed op abiotisch milieu: bepaalde dieren maken in hun leefgebied zoveel stof waardoor de lichtintensiteit te laag wordt. Door deze abio [..]
Organisme dat de organische stoffen die het nodig heeft zelf produceert. Chlorofylplanten zijn autotroof. Het tegenovergestelde van aototroof is heterotroof.