Zware, dwarsscheeps en horizontaal over de achtersteven geplaatste balken die het spantwerk van de spiegel vormen. Zij stoten met de uiteinden tegen de rantsoenhouten en bepalen de vorm van de spiegel.
Zware, langsscheepse balk die midscheeps de onderzijde van een schip vormt en de basis uitmaakt voor het opbouwen van de stevens en spanten. Meestal steekt de kiel onder de romp uit. Voor grotere schepen wordt hij uit drie of vier delen gemaakt die met lassen aan elkaar zijn bevestigd.
De overgang op een scheepsboord van het vlak naar het boeisel. De kim is de plaats waar een schip op rust als het droog valt. Daarom is op die plaats dikwijls een zwaardere boordplank aangebracht.
Het geheel van geschreven bijzonderheden voor het bouwen van een schip. Bij het bestek hoort ook een lijst van afmetingen en soorten van materialen en een lijst met de voornaamste bouwafmetingen.
Scheepsbouwmeester in dienst van de VOC. In 1697 verscheen van zijn hand een belangrijk boek over de Nederlandse scheepsbouw De Nederlandse scheepsbouw-Konst Open gesteld.