Vaag, v. (B.m. en v.) gmv. weligheid; (fig.) jeugdige kracht. *-, bn. onbestemd, onzeker, onbepaald. *-REGT, o. (-en), regt op schadeloosstelling wegens achtergelaten oogst te velde (na het verlaten v [..]
Vaandel, o. (-s), vlag (met de steng); (eert.) vendel, afdeeling krijgsvolk. *-DRAGER, m. (-s), vaandrig. *-KOORD, o. (-en). *-KWAST, m. (-en). *-PELOTON, o. (-s), peleton dat het vaandel voert en bes [..]
Vader, m. (-s, -en), man die een kind of kinderen heeft voortgebragt; (fig.) onze -en, voorouders. *-, (fig.) oorzaak. *-, beschrevene -s, titel der leden van den oud-romeinschen raad. *-, opzigter va [..]
Vaderland, o. gmv. geboorteland. *-ER, m. (-s), minnaar van zijn geboorteland, patriot. *-SCH, bn. en bijw. naar den aard of de wijze van het vaderland; tot het vaderland behoorende. *-SGEZIND, bn. en [..]