Tjappen: Hij tjapt, zij tjapt, wij hebben getjapt, ik tjap. Het is een woord dat gebruikt wordt voor ''eten''
* Wij hebben die pizza op gejapt.
* Ik tjap die poenie als een bastognekoek.
* Zij heeft met haar moeder bij Herman den Blijker gejapt.
* Hun tjappen het nog van de grond af.
Ray - 4 januari 2022
6
45
tjappen
jatten, stelen, niet heel erg het is een luchtige versie van het echte stelen. hij tjapt de oortjes die ik heb gevonden.
Betekenis-definitie.nl is een internet woordenboek geschreven door mensen zoals jij en ik! Help mee, en voeg een woord toe. Alle soorten woorden zijn welkom!